Oogst

De laatste okkernoten zijn al een tijdje gevallen. Op rapen doen we ze niet meer, die laten we namelijk liggen voor de familie eekhoorn.

De laatste kastanjes. De anderen zijn al lang opgegeten

Wat ik hier wel nog netjes verzamelde waren de kastanjes. De kastanjes ‘De Lyon’ zijn uitzonderlijk (en heerlijk zoet nadat ze enkele dagen hebben liggen te drogen). De boom groeide de voorbij twee jaar flink bij, zodat de oogst dit jaar al enkele kg bedroeg. Volgend jaar nog beter! ‘De Lyon’ is een niet-zelfbestuivende kastanje en heeft dus nood aan een bestuiver.

De Kweepeer-oogst was veel beperkter, slechts twee stuks.  Maar ‘t is wel fotogeniek fruit.

Good/Bad

Wanneer je het woord Hosta laat vallen krijg je steevast de vraag “Wat doe jij tegen de slakken?”. Ik antwoord steeds dat ik in de eerste plaats Hosta met een goede bladsubstantie plant. Dat voorkomt al veel problemen.

De twee planten hieronder staan op minder dan een meter van mekaar…

De bovenste Hosta ziet er ver in oktober ook al lang niet fris en monter meer uit, maar het verschil met de andere plant spreekt volgens mij boekdelen.

Deze laatste ziet er nog beter uit, maar dat is omdat het een vrij recente aanwinst is en die de voorbije weken flink gegroeid is, op een plaats in de tuin waar er blijkbaar minder slakken rondlopen.

 

Lofzang aan de Geranium

Heel wat Geraniums bloeien al sinds mei en gaan nog steeds onverdroten door met het bezorgen van kleur in de tuin. Deze langbloeiende geraniums zijn bijna allemaal uitstekende bodembedekkers, zijn probleemloze groeiers en goede nectarplanten voor (solitaire) bijen en zweefvliegen. Kortom ze horen ook thuis in uw tuin.

Geranium ‘Patricia’

Geranium ‘Rozanne’

Geranium ‘Havanna Blues’

Geranium ‘Tiny monster’

Geranium ‘Pink Penny’

Geranium ‘Brookside’ bloeit in tegenstelling tot al deze andere schoonheden niet van mei tot oktober, maar kent twee periodes van forse bloei.

Verhuis

Op deze blog schep ik misschien iets te vaak de indruk dat de tuinwerkzaamheden volledig gepland en altijd goed doordacht zijn. Niets is minder waar. Daarvoor ben ik véél te impulsief. Heel wat planten zijn hier de voorbije jaren uitgegroeid tot echte zigeuners, en werden op een tijdstip van minder dan twee jaar tijd tot wel 4 keer verplaatst.

Niet het mooiste stukje tuin voor ‘t moment, maar dat kan volgend jaar nog komen.

‘t Voorbije week-end was er sprake van een heuse migratie. De border achter de oprit stond me niet aan. De gele frambozen achteraan in de border waren moeilijk te plukken en zijn qua smaak sowieso inferieur aan de rode rassen, zodat zij verhuisden naar de composthoop. Frambozen in een border was ook vanwege het woekerende karakter van frambozen een slecht idee…

De vijgenbomen die vooraan in de border stonden, verknoeiden de structuur van de border, nu dat ze zo flink gegroeid zijn.
Door het verwijderen van de gele frambozen konden die vijgelaars naar achteren verplant worden. Een oefening die flink tegenviel. De drie bomen werden elk met een kluit van bijna 50 kg herplant, bijna twee uur werk voor iedere boom. Een dag later voel ik nog steeds de stijve spieren in kuiten en dijbenen.

Ook de gele border is helemaal kaal geslagen met het oog op de toekomst. Nu hopen dat ik volgend jaar wel tevreden ben.

De vrijgekomen ruimte vooraan werd ingevuld met planten uit de gele border die ik op overschot had, na het herschikken ervan. Ik hoop dat de vijgelaars de operatie overleven, de komende dagen worden ze iedere dag ruim van water voorzien….
Het ware beter geweest indien ik nog enkele weken zou gewacht hebben met het verplanten van de vijgenbomen (zodat de bladeren gevallen zijn), maar dan zou ik de vaste planten rond die vijgelaars niet meer herkend en waarschijnlijk verknoeid hebben. En de grond was door het weer net voldoende droog om deze ‘operatie’ aan te pakken. Over een maand is die opnieuw veel te zompig om in de tuin te werken.

Daarna werd ook de gele border heraangelegd, zodat zachtgele, donkergele en oranje bloemen beter gecombineerd worden. Zoals steeds is het nu een jaar wachten om ‘t resultaat te bewonderen. En ook hier is het uitzicht plots een pak minder kleurrijk…

Aster

Asters zijn onovertroffen in het brengen van kleur in de herfsttuin, in kleurentinten die perfect passen bij de herfstkleuren van ’t andere plantgoed. Ze zijn de laatste uitbundige bloeiers in de tuin, en veel asters zijn bovendien uitstekende insectenlokkers. Ik schreef er enkele weken geleden al een klein stukje over.  Door de warme herfst staan de asters er nu nog mooier bij.

De planten werden lang door veel mensen beschouwd als “ouderwets”, maar ik heb de indruk dat ze nu terug ‘in’ zijn. Dat soort modegrillen zal mij worst wezen, ik ben gewoon fan.

Aster pyrenaeus ‘Luteti’a, met vrij grote en fijne, straalvormige bloemen.

Eigenlijk mag je de meeste planten die wij kennen onder de naam Aster niet langer als Aster beschouwen. Toen men in de ‘nieuwe wereld’ planten aantrof die sterk op de Europese asters leken, werden deze nieuwe variëteiten allemaal ondergebracht in hetzelfde genus ‘Aster’. Maar na genetisch onderzoek blijkt dat bijna deze variëteiten teveel verschillen om deel uit te maken van één genus. De ‘Asters’ uit de nieuwe wereld worden nu ondergebracht in de genera Almutaster, Doellingeria, Eurybia, Ionactis, Oligoneuron, Oreostemma, Sericocarpus en Symphyotrichum. Het zal nog lang duren voor deze nieuwe namen écht hun ingang gaan vinden in de plantenwereld…

Deze aster ageratoides ‘Starshine’ is een echte woekeraar. Staat hier in diepe schaduw en toch helemaal meeldauwvrij.

Aster ‘Little Carlow’ is hier vorig week-end verwijderd, mijn schoonmoeder ontfermde zich met plezier over de drie fikse pollen. De idee was om een roze en een lavendelkleurige meeldauwresistente aster aan te schaffen als vervanger.  Uit de groep Aster Nova-angliae (eigenlijk Symphyotrichum novae-angliae) koos ik voor ‘Barr’s Pink’, een roze variant die zo goed als meeldauwresistent zou zijn.

Aster novae-angliae ‘Barr’s pink’ met vrij grote lichtroze bloemen.

Aster turbinnelus ‘El Fin’

Als tweede vervanger voor Aster ‘Little carlow’ vinkte ik Aster pyrenaeus ‘Lutetia’ aan. Maar achteraf bleek dat ik niet erg goed had opgelet, want deze wordt lang niet zo hoog … Daarom kocht ik vorig week-end Aster turbinnelus aan, die op foto sterk lijkt op ‘Little Carlow’. De Aster pyrenaeus ‘Lutetia’ kreeg een ander plaatsje toegewezen.

Aster ‘Little Carlow’, op weg naar andere oorden

Om het plaatje helemaal compleet te maken voegde ik vooraan in de nectartuin ook nog enkele exemplaren Aster dumosus ‘Herbstpurzel’, Aster dumosus ”Bahamas’ en Aster amellus ‘Dr Otto Petschek’ toe, laagblijvende planten maar ook uitstekende vlinderlokkers. En ergens in heel het proces van planten bestellen kocht ik me ook nog Aster turbinnelus ‘El fin’ aan, vraag me niet waarom.

Een tweede vergissing, deze Aster dumosus ‘Herbstpurzel’. Ik wou eigenlijk een fuchsia-kleurige aster hebben, maar kopieerde de verkeerde naam in mijn bestelling… Wel een mooie, lage plant met vrij grote bloemen. De bloemen zijn iets blauwer dan de foto…

Als al deze planten volgend jaar flink gegroeid zijn, zal oktober een geweldig orgelpunt vol pastelkleuren worden waar vlinders, bijen et alii zich nog eens flink kunnen laten gaan.

Dan heb ik me toch ook nog Aster dumosus ‘Bahamas’ aangeschaft, contrast kan geen kwaad tussen al die andere pastelkleurtjes

En de Fruitberg staat nu écht helemaal vol. Er is geen plaats meer voor nieuwe dingen…

Deze Aster divaraticus gaat nu nu onder de naam Eurybia divaraticus door het leven

 

 

 

 

 

Nieuw plantgoed

Bij mijn ‘bompa’  stonden vroeger Phloxen in de tuin. Ik vond het spuuglelijke bloemen. Maar smaken evolueren, en een aantal rassen kunnen zeker mijn goedkeuring wegdragen, vooral omdat die heel wat zachtere kleuren hebben. Bovendien zijn (nacht)vlinders dol op de nectar van deze bloemen. Toen ik twee jaar geleden een lijstje met meeldauwresistente Phloxen vond, bleek dat geen enkel ras van die lijst verkocht werd door mijn ‘vaste’ adressen. Best frustererend.

‘Google is your friend’ zeggen ze dan, en zo vond ik in Nederland wél enkele adressen, maar dat betrof kwekerijen die geen plantgoed verzenden. Absoluut frustrerend. Ik kocht dus enkele courante rassen op goed geluk, en die toonden al vrij snel waarom zij niet in het lijstje van meeldauwvrije rassen opgenomen werden.

Phlox ‘Utopia’

Enkele weken geleden gaf iemand me het adres van Vaste plantenkwekerij Coen Jansen door, die ziektebestendige Phloxen verkoopt, grotendeels eigen introducties, en die wél plantgoed verzendt. Dat verzenden was ab-so-luut noodzakelijk, want de kwekerij ligt op bijna 3 uur rijden van de Fruitberg.

De hele online catalogus bevat heel wat uitzonderlijke planten en is bovendien onwaarschijnlijk grappig en leerrijk geschreven, geen saaie tekst die elders van internet is geplukt. Hier is duidelijk een plantenkweker met passie aan ‘t werk, die vooral planten kweekt en verkoopt die hem interesseren. Daar hou ik wel van.

Na de hele catalogus te hebben doorgenomen, was mijn lijstje dus  héél wat langer dan ‘enkele meeldauwvrije phloxen’. Ondertussen zijn de planten al enkele weken gegroeid, en zowel de verschillende Phloxen als de Monarda ‘Anglo Saxon’ vertonen bijna geen tekenen van meeldauw vertonen na enkele weken in mijn tuin.

De Phloxen die ik drie jaar geleden in de tuin had geplant, liggen ondertussen op de composthoop. De Monarda die hier al twee jaar meeldauw verzameld zal kortelings volgen.